Historie
van molen ‘Bataaf’

Terwijl de adel en geestelijkheid het molen- en stuwrecht hadden en anderen geen molens mochten bezitten, was Harmen Jan Tenkink uit buurtschap Ratum in 1782 al bezig om een windkorenmolen op te richten en daarvoor toestemming te vragen. Tenkink trok zich terug onder invloed van de andere moleneigenaren. De politieke sfeer in het land was aan het veranderen en als in 1795 de Bataafsche Republiek wordt uitgeroepen dient Tenkink in 1796 opnieuw een verzoek tot bouw in bij het Ambt Bredevoort. Later trekt hij zijn aanvraag terug gezien het troebele politieke klimaat.
Echter Hendrik Walyen Wmz. ziet met zijn Waliënse molen (plek huidige Venemansmolen) een concurrent aan de horizon en hij begint met een bezwaarprocedure. In 1798 wordt Tenkink gesteund door de veranderde Staatsregeling en hij begint in 1800 aan de bouw. Walyen protesteert bij de overheid. Ondertussen hebben 17 scholtenboeren en een bankier/makelaar als coöperatie al plannen gesmeed en financiering geregeld in de vorm van het uitdelen van aandelen. Er worden opdrachten verstrekt aan met name lokale producenten om steen te bakken, hout te zagen en kalk te branden om de nodige bouwmaterialen uit de omgeving voor het bouwen van de molen bij elkaar te krijgen. Onder leiding van Jan Vriesen (van het Vriezenhuis), timmerman en mede-aandeelhouder, verrijst er op de Willinkkamp een stoere achtkantige beltmolen met de naam Bataaf.
2 Juni 1801 maalt de molen als tweede Winterswijkse windkorenmolen voor het eerst met als molenaar Jan Berend Bolthof, die afkomstig is van de Nieuwe Molen (anno 2026: Berenschotsmolen).

De toestemming van de overheid na de lange bezwaarprocedure komt in 1805 (!). Bolthof tekent om de drie of zes jaar een pachtcontract met de aandeelhouders. Zelf woont hij met zijn vrouw Harmken Wuestemans in een afgetimmerde ruimte van de paardenstal. Als zijn vrouw in 1829 overlijdt, trouwt hij Aaltjen Willink. Uit dit huwelijk wordt Johanna Bolthof geboren. Ondertussen maalt Bolthof op een verdienstelijke wijze, want hij verwerft eigen grond naast de percelen die hij van de coöperatie pacht.
Op 23 mei 1840 overlijdt Bolthof en zal er een opvolgingsvraagstuk zijn ontstaan.
In 1848 huwt Johanna Bolthof knecht Gerrit te Lintum. Op 9 mei 1858 komt Gerrit onverwacht te overlijden en laat drie zonen achter. De 22-jarige knecht Adriaan Ribbink neemt de molen over en vindt in Johanna een goede vrouw, hoewel zij negen jaar ouder is. De kinderen zijn nog te jong om de zaak over te nemen.
Adriaan is een actieve man die de aandelen van de erfgenamen van het eerste uur telkens opkoopt. Daarnaast verwerft hij de nodige percelen grond uit onder andere de markeverdeling in Dorpbuurt. Op 23 juli 1880 loopt de molen als gevolg van een blikseminslag in de kap en aan het binnenwerk nogal wat schade op.(Bron: Nieuws van de Dag). In 1893 heeft Adriaan Ribbink al circa tweederde deel van alle aandelen in zijn bezit.
Uiteindelijk koopt zijn opvolger Albert te Lintum, derde zoon van Johanna Bolthof, in 1915 alle aandelen en hiermee is de molen in het bezit van de familie.
Albert overlijdt in 1924 en zijn zoon Jan Albertus (geboren 1908; vierde kind uit zijn huwelijk met Johanna Dora te Gronde) neemt de zaak over, maar gezien zijn leeftijd zal dit iets later zijn gebeurd.
Rond 1920 wordt de molen ontdaan van de wieken en deed de elektromotor zijn intrede.
Volgens de Nieuwe Winterswijkse Courant van 28 maart 1930 vond er een stevige explosie plaats bij het opblazen van een stenen fundament van een motor die plaats moest maken voor een zwaardere motor.

In 1937 werd de molen weer draaivaardig gemaakt voor de wind. Molen Bataaf werd uitgerust met zgn. Dekker-voorzomen en Ten Have-remkleppen, die hier voor het eerst in Nederland werden toegepast. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd gemalen, maar deed de molen ook dienst als veldkeuken en uitkijkpost voor de Wehrmacht.
Vervoer wiekenroeden 1937

Twee roeden van 24 meter lang worden naar de molen ‘Bataaf’ vervoerd. Na het steken van de molenas werden de roeden aangekleed. Twee wieken met het systeem van de Ten Have-Dekker-remkleppen en twee wieken met het Dekker Hollands hekwerk zijn zichtbaar.
Vervoer van de wiekenroeden. Bron: collectie molenmaker ten Have.
Na 1945

Tot 1956 heeft de molen op windkracht gemalen, maar voor de zoon Jan Albertus (geboren 1932) – in de volksmond beter bekend als’ Appie van de Bataaf’ – hoefde dat niet meer; hij wilde met zijn tijd mee. In 1963 werden het wiekenkruis en het binnenwerk verwijderd, wat het einde van het werken met de windmolen betekende. Er was zelfs nog even sprake van sloop, maar dat ging de familie te ver.
De diverse uitbreidingen van de moderne maalderij hebben in de jaren daarna de molenromp voor een groot deel aan het zicht onttrokken.
Op 1 juni 2001 werd de Stichting Molen Bataaf opgericht; exact 200 jaar na het in gebruik nemen van de molen, met als doel Molen Bataaf weer in oorspronkelijke staat te brengen.

De eerste aandeelhouders
- Harmen Jan Tenkink 1/18
- Jan Willem Esselink 1/6
- Jan Esselink 1/18
- Jan Derk Hesselink 1/18
- Jan Albert Kossink 1/18
- Jan van Wullen 1/18
- Jan Roosen 1/18
- Tobias Vrieze 1/18
- Jan Vriezen 1/18
- Tobias Hesselink 1/18
- Abraham Hesselink 1/18
- Lubbert Derk Jan Hijink 1/18
- Jan te Lintum 1/18
- Gerrit te Lintum 1/18
- Berend Wevers 1/18
- Gradus Tenkin 1/18
In de latere jaren zijn deze aandelen weer verorven. Vaak in kleinere aandelen b.v. 1/72 aandeel.

Fingerspitzengefühl
De heer J.A. te Lintum (Jan van de Bataaf) bij de meelbak om te beoordelen of het graan wat tot meel gemalen moet worden, goed van fijnheid is.