Molenaar

Oud ambacht – mooie toekomst

Voordat de molenaar naar de molen gaat, heeft hij het weer al bekeken en doet dit wederom als hij op de molen komt. Waar de wind vandaan komt is belangrijk, omdat de wieken op de wind moeten staan om ze te laten draaien. Daarnaast is het belangrijk, dat de molenaar weet of er geen storm, onweer of andere gevaarlijke situaties vanuit het weer kunnen ontstaan.

De wieken liggen altijd aan de ketting als de molenaar bij de molen weggaat en deze zullen dus voordat hij kan ‘kruien’ er af moeten, net als de bliksemafleider.
De molenaar zet de wieken ‘op de wind’ met het rad aan de staart van de molen, het kruirad. Dit kruien is zwaar werk. Met behulp van kettingen trekt hij de staart een richting op, zodat de wieken op de wind komen te staan.

Smeren

De molenaar zal daarna de assen smeren en de ‘pal’ eraf halen, dat is de teruglooprem. Het smeren gebeurt met varkensreuzel, zoals dit al honderden jaren is gedaan.

Zeilen

Afhankelijk van hoeveel wind er staat, zet de molenaar dan meer of minder zeilen.  Meestal zullen niet de hele zeilen worden voorgelegd; halve zeilen worden vaak gebruikt. Via de heklatten klimt de molenaar in de wieken om de zeilen vast te maken.

Hekken

Veiligheid op de molen is heel belangrijk, dus voordat de molenaar nu verder gaat, zal hij de veiligheidshekken op de belt plaatsen, zodat bezoekers niet binnen het bereik van de wieken kunnen komen.
Als de zeilen erop zitten en alles is gedaan, kan de molen van de ‘vang’,  de rem helemaal boven in de kap, waarmee de molen stil gezet kan worden. Het vangtouw hangt altijd bij het kruirad aan de staart.

Malen

De molenaar zal als de molen stil staat, de ‘steenspil’ in het werk zetten; dit is een rondsel met staak waar kammen in zitten die in het bovenwiel lopen, zodat de steen wordt aangedreven door de molen.

Daarna vult de molenaar de ‘kaar’ met graan. De kaar voert tijdens het malen het graan in de ‘schuddebak’, die net boven het ‘kropgat’ uitkomt,  waar het graan op de molensteen komt en zorgt voor een regelmatige toevoer van het graan dat gemalen moet worden.
Dan moet ook nog een zak aan de meelpijp gehangen worden waar het gemalen meel in kan glijden.

Wanneer de molen op normale snelheid draait komen de graankorrels in ongeveer 5 seconden al als meel uit de steen. Dat moet ook wel zo snel, omdat anders het meel te warm zou worden waardoor de kwaliteit achteruit gaat.

Op een goeie dag met genoeg wind zou een molenaar met twee stenen ongeveer 500 kilo meel kunnen draaien.

Molenaars

zijn geboeid door de oude molentechniek, het geluid van de wieken en het werk om de molen op de wind te zetten.

Langzaam groeit de belangstelling voor het molenaarsambacht weer een beetje. Voor de toekomst is het heel belangrijk om jongeren op de molens te hebben, gezien de hoge gemiddelde leeftijd onder de molenaars.